Karel van Houten

Interview in De Stad Amersfoort



Woensdag 29 November 2014 een groot artikel over mij en mijn werk.


VAN HOUTEN IS GEPASSIONEERDE LAATBLOEIER

De royale hal in zijn appartementencomplex, tussen lift en voordeur, is door Karel van Houten omgetoverd in een expositieruimte. Geluk als hij heeft met de mooie lichtinval op vier hoog in de wijk Kattenbroek. Een foto op superformaat van De Koppelpoort duidt zijn afkomst. "Ik ben een echte Keientrekker”, zegt van Houten. “Ook al heb ik meer dan veertig jaar in Hoogland gewoond.” Een eigen werk siert óók een van de wanden. De “Tweede Kamer”heeft hij het doek genoemd, dat kenmerkend is voor zijn “tweede leven”als kunstschilder.

Een zeer gepassioneerde laatbloeier is Karel van Houten. Dat straalt hij uit, in woord en gebaar.
Pas aan het begin van zijn pensioentijd ontdekte hij het schilderen als kunstvorm. En als levensgeluk. Vanaf 1999 wenste hij niet doelloos ‘achter de geraniums’ te gaan zitten. “Ik zocht naar een zinvolle tijdsbesteding.”En die vond hij.
Als jazzliefhebber had het leren bespelen van z’n geliefde saxofoon, voor de hand gelegen. Maar zó voorspelbaar was de werktuigbouwkundige niet. Hij ontdekte, toen hij 65 jaar oud was, een verborgen talent.
“Ik kon vroeger goed tekenen. Daar had ik ook les in gehad”, zegt Van Houten. Een pentekening uit 1951 van De Koppelpoort is hét zichtbare bewijs in zijn appartement. “Dat is een van de weinige tastbare herinneringen die ik uit die tijd heb bewaard.” Als leerling technisch tekenaar vond hij, nog in zijn tienertijd, emplooi in de werktuigbouwkunde. In de functie van projectmanager rondde hij daarin een heel mooie, professionele loopbaan af. “Er is geen dag geweest dat ik niet met plezier naar mijn werk ben gegaan “, betoogt hij. “En ik ging altijd weer fluitend naar huis.”

Werkplezier heeft plaatsgemaakt voor hobbyvreugde. “In 2000 ging in Nieuwland wijkcentrum De Boerderij open, wat nu helaas leeg staat. Daar schreef ik me in voor de cursus schetsen. Vanwege een te geringe belangstelling werd deze cursus samengevoegd met de cursus schilderen . Zo kwam ik met verf in aanraking. Het klikte wonderwel. ”Vier jaar lang genoot hij les van de inspirerende docente Gerlinde Snijders. “En toen had ik het in de vingers, dacht ik.”

De diverse kunstzinnige doeken, waartussen hij woont én werkt, illustreren zijn hartstocht voor het schilderen. Die houdt hem jong, in combinatie met zijn frequente bezoekjes aan de sportschool. “Ik voel me prima, op naar de honderd”, zegt hij met een glimlach. Van Houten exposeert sinds 2001, vooral in Amersfoort, Hoogland en Soest. “Mijn eerste tentoonstelling was in het Katshuis, het wijkcentrum in Kattenbroek dat inmiddels te koop staat. Daar ontmoette ik medekunstenaars van de Kunstkring Kattenbroek, die er óók exposeerden. Zo ben ik er lid van geworden."

Het bleef niet bij een gewoon lidmaatschap. Van Houten werd als secretaris verkozen in het bestuur van de in 1998 opgerichte vereniging van professionals én vooral hobbyïsten. “Het is aan één kant wel bijzonder, dat eigenwijze mensen als kunstenaars nu eenmaal zijn de krachten hebben weten te bundelen”, merkt hij op. “De onderlinge band is hecht. We doen aan kruisbestuiving. Waar nodig helpen wij elkaar, vaak puur praktisch. Een schilderij is half af en hoe dan verder? Daar wordt graag over meegedacht. “

Zelf komt hij nimmer met half werk aanzetten in de galerie van de Kunstkring Kattenbroek in winkelcentrum Emiclaer. “Als ik een schilderij laat zien, is dat klaar én ingelijst. Ze kunnen zeggen of ze het lelijk of mooi vinden, ik ga er niets meer aan doen. Ik schilder anders dan de anderen van onze Kring. Ik ben de techneut die van schilderen is gaan houden. Dat zie je aan de rechte en kromme lijnen in veel van mijn werken. Wat ik uitbeeld, past bij elkaar. De figuren zijn in elkaar gevlochten of onderling verweven via kruisverbanden. Het zijn mathematische schilderijen”, vertelt Van Houten, terwijl hij wijst op twee recente figuratieve producties die in zijn woonkamer te zien zijn. Voordat hij het penseel over een nieuw doek strijkt, heeft de perfectionist zijn gevoel al gedetailleerd aan een A-viertje toevertrouwd. Ik ben niet zoals Karel Appel. Zonder enig voorwerk pakte hij een leeg doek en een witkwast en hij begon te schilderen. Elke streek met zijn kwast was wat waard. Hij had een grote naam. Voor Anton Heyboer gold dat ook.” De finesses die Van Houten op het proefvelletje met potlood heeft aangebracht, zet hij keurig naar verhouding om in grote lijnen op het doek.

“Zo ben ik met schilderen begonnen, zo doe ik het nog steeds”, zegt hij over zijn werkwijze. “Ik houd van structuur in mijn schilderijen. En van reliëf. Van gesso, bakbloem en binder maak ik een papje. Met een spatel breng ik dat mengsel op het doek aan, daar waar ik het schilderstuk wil laten opdikken. Wanneer het gehard is, breng ik de contouren aan en daarna ga ik de vakken invullen met kleuren. Er zijn er die mij geen kunstenaar, maar een vakkenvuller noemen. In zekere zin hebben ze daarin gelijk. Al vinden ze wel dat al die vakken een mooi geheel vormen. En daar gaat het mij om.”

Hans Vos